Tesla gaat de strijd om zelfrijdende auto’s winnen dankzij economies of scale

Er zijn verschillende bedrijven bezig met zelf zelfrijdende auto’s: alle automerken, Google via haar start-up Waymo en natuurlijk Tesla. Om ervoor te zorgen dat auto’s betrouwbaar kunnen ‘zien’ is een hoop data nodig om de software te trainen.

Hoe meer data een bedrijf heeft, hoe beter haar zelfrijdende auto’s zijn. Hierdoor worden de auto’s van dit bedrijf vaker verkocht, waardoor weer meer data beschikbaar is waardoor de auto’s weer beter worden. Een opwaartse spiraal dus.

GM heeft ondertussen 130 auto’s die data verzamelen, Google heeft er 500. En Tesla? Tesla heeft er 50.000.

Dat komt door Elon Musk’s fantastische visie op economies of scale. In plaats van dat kopers van nieuwe Tesla’s kunnen kiezen of er camera’s en sensoren in hun nieuwe Tesla’s zitten, zitten deze sensors standaard ingebouwd. De gebruiker kan dan door middel van een extra aankoop van $3000 autonoom rijden activeren.

Slim natuurlijk, want door de sensors standaard te maken wordt produceren gemakkelijk en dus goedkoper.

Maar, ongeacht of de bestuurder $3000 heeft betaald om autonoom te kunnen rijden, de sensors zijn wel ingebouwd en kunnen dus data verzamelen. En dat doet Tesla sinds kort. Daardoor kan het via alle 50.000 auto’s data verzamelen en een stuk sneller haar software ontwikkelen. Slim.